PLANT-  EN OOGST TIPS.

UIEN  -  oogsten, drogen en bewaren.

De uien en sjalotten alleen “klappen” wanneer deze winddroog zijn. Het loof altijd boven de laatste insteek van de schacht “klappen” (vakjargon: omknikken van de steel) Klappen, rooien en oogsten van een vochtig gewas verhoogt de kans op kop-en wondrot.
Zorgvuldig drogen en veel ventileren is het behoud van de kwaliteit van de uien. Daarbij speelt de bewaar temperatuur ook en grote rol. Het beste is de uien te rooien en diezelfde dag nog in kisten te laten drogen op een goede ventilerende plaats, bv. afdak en schuurtje. Het gebruik van gaasbakken wordt dan aangeraden. Het koprotschimmel groeit het snelst bij een temp. van 20-25 graden. De ontwikkeling van koprotschimmel is in het begin van het droogproces het gevaarlijkst. Bij voldoende vocht in de hals en een optimale groeitemperatuur zal de schimmel vanuit de hals snel de ui ingroeien. Professionele uienkwekers zullen de uien in de eerste dagen met warme lucht (30 graden die veel vocht kan opnemen) behandelen om zo snel mogelijk het vocht uit de uien te krijgen.

NUTTIGE LINK NAAR INFORMATIEVE WEBSITES
Voor een informatieve website verwijzen wij u naar http://www.plantaardig.com/groenteninfo
Hier vind u allerlei informatie over zaaien en opkweken van groente gewassen, gewasbescherming en
bemesting. Veel nuttige tips die wellicht ook voor u van toepassing zijn.
Wilt u bijvoorbeeld gedachten uitwisselen met medetuinders, of iets specifieks weten dan is het volgende
wellicht intressant voor u:  www.moestuinforum.nl

MELOENEN - Teelt en tips.
Zaaien :
Meloenen vragen een hoge groeitemperatuur. - De zaden worden eind maart, begin april direct in potjes gezaaid, ongeveer 1 cm diep. Neem bijv. een bloempot met turfmolm en scherp zand. Op dit mengsel legt u de zaden met daarover een dun laagje zand. De optimale kiemtemperatuur ligt rond 22-25 ° C, onder de 12 graden kiemen de zaden niet.

Uitplanten :
In een plastic serre plant je 2 weken later uit dan in een glazen serre.
- Uitplanten midden of einde mei met een afstand van 50-60 cm in de rij in een bodem verrijkt met paardenmest.
- de minimum temperatuur van de bodem moet 12 graden zijn. Plant je de meloenen in een koudere grond dan kan je ze beter meteen weggooien.
   Om de temperaturen op te drijven wordt dikwijls aan de voet van de planten een hoge hoeveelheid paardenmest gelegd. Dit geeft een broei-effect.
   Ook planten op een heuveltje is zinvol. Of maak gebruik van bodemverwarming in de vorm van verwarmingskabels. art.5290
- Onder plasticfolie ligt de rijenafstand tussen 1,20 - 1,50 meter, in de rij plant je op 50-60 cm.
- Op de bodem wordt dikwijls een mulchfolie gelegd.
- Je kan meloenen op 2 manieren kweken: staand of liggend. In een koude bak zal dat natuurlijk sowieso liggend zijn. In de hobbykas worden de ranken       
   langs een touw omhoog geleid.

Bodem en bemesting :
Meloenen houden van warme, losse en diep bewortelbare grond (diep spitten). Jonge compost en half verteerde stalmest zijn uitstekende materialen. Net voor het planten geef je 60gram / per vierkante meter meststof (12+10+18). Bij het begin van de bloei bijbemesten met 30 g /m2 (12+10+18). Meloenen vragen veel water en humus. Toch opletten met te zwaar bemesten: bladeren en stengels zullen veel te uitbundig groeien.  Zware gronden worden niet zo op prijs gesteld.
Meloenen vragen veel water: wees voorzichtig met koel weder of met koud water. Wortels van meloen zijn nogal gevoelig voor kou en nattigheid.
Meloenen zijn gevoelig voor bodemschimmels. Zorg voor een goede teeltafwisseling.

Bevruchting :
Zonder bestuiving, normaal door bijen, kunnen geen vruchten gevormd worden. Om de bijen de gelegenheid te geven het gewas te bezoeken moet je zoveel mogelijk de luchtramen openzetten. We onderscheiden mannelijke en vrouwelijke bloemen:
1. De mannelijke bloemen staan in groepjes van 3 tot 4 bijeen.
2. De vrouwelijke bloemen staan elk afzonderlijk en zijn goed herkenbaar aan het eivormige vruchtbeginsel onderaan de bloem. 
    De bestuiving door insecten is in de hobbykas niet altijd mogelijk, vooral als het koud weer is kan menselijke hulp noodzakelijk zijn:
    • Met een fijn penceeltje stuifmeel van de mannelijke bloemen op de stempel van de vrouwelijke bloemen brengen.
    • De mannelijke bloem plukken, z´n bloemblaadjes verwijderen en dan met z´n meeldraden en z´n stuifmeel de vrouwelijke bloemen bevruchten en dit
      2 of 3 keer herhalen tijdens de bloei.

Snoeien :
Naast bemesten is de snoei de belangrijkste teeltmaatregel. Meloenen dragen ALLEEN vruchten aan de zijscheuten die ontstaan !!!
- de hoofdscheut wordt getopt na het 4e-5e blad.
- de daaruit ontwikkelende zijscheuten van de 2e orde worden ongeveer na het 6e blad getopt, andere bronnen spreken om ze reeds hier ook na het 3e-4e blad
   te toppen. Dan ontstaan er zijscheuten van de eerste orde en dragen de vruchten en worden op 1 à 2 bladeren boven de vrucht getopt.
- Per plant niet meer dan 4 tot 6 vruchten aanhouden.

Oogsten :
- meloenen moeten aan de plant rijp worden. Rijp geoogste meloenen zijn ongeveer 3 dagen goed eetbaar. Meloenen waarvan de schil nog groen is maar het  
   vruchtvlees reeds begint te rijpen, kun je 7 à 8 dagen eten na de oogst. Dit doet men vooral bij netmeloenen.
- de meloen is oogstbaar als er een scheurtje ontstaat op de plaats waar de meloen vastzit. Oogsten doe je door de vrucht op de hand te leggen en eventjes  
   naar links en naar rechts te draaien, zonder te trekken. Een rijpe vrucht laat dan makkelijk los.
- een rijpe meloen is herkenbaar aan de verkleuring van de vrucht en vooral aan de steeds sterker wordende geur.
- rijpe vruchten laten zicht aan de onderkant licht indrukken.
- meloenen die in de herfst nog niet rijp zijn, kunnen net als tomaten in het huis narijpen. Het vruchtvlees wordt dan wel zachter, maar niet zoeter.

 

 

Contact | Sitemap | Disclaimer | Algemene voorwaarden | Webworks by Multimove