Groenbemesters en drachtplanten
Groenbemesting is het telen van een gewas ten behoeve van de organische stofvoorziening van de grond. Het gewas wordt niet geoogst maar in zijn geheel ondergewerkt of gecomposteerd. WAAROM GROENBEMESTING Door het onderwerken van de plantenmassa wordt de bodemstructuur verbeterd, het bodemleven geactiveerd en het humusgehalte verhoogd. Een groenbemester houdt bovendien de bodem bedekt, wat verstuiven of dichtslaan van de grond kan voorkomen. Op kale onbeteelde gronden spoelen veel voedingstoffen uit omdat er geen gewas is dat ze vasthoudt. Een groenbemester neemt deze voedingstoffen op waardoor ze behouden blijven. Een vlinderbloemige als groenbemester voorziet de grond bovendien van extra stikstof. Op de wortels van de vlinderbloemigen leven namelijk bacteriën die de stikstof uit de lucht kunnen binden. De bodem en de plant profiteren hiervan. Als laatste voordeel geldt dat de groenbemester bij een juist gebruik de groei van het onkruid onderdrukt. HET WERKEN MET GROENBEMESTING Een groenbemester wordt veelal alleen als nateelt geteeld. Na de groeiperiode wordt de groenbemester gemaaid. Hierna laat u de plantenmassa enkele dagen liggen. Vervolgens spit u de bestorven massa ondiep onder. U kunt het gewas ook uittrekken en composteren. Het maaien, spitten of uittrekken gebeurt op kleigrond meestal in het najaar, tegelijk met de organische bemesting. Op zandgronden kunnen deze bewerkingen ook in het voorjaar gebeuren.
Grootverpakkingen treft u aan onder de rubriek - LANDBOUWGEWASSEN
TAGETES
Teelt u gewassen, die gevoelig zijn voor wortellesieaaltjes (Pratylenchus penetrans) dan is het verstandig om Tagetes (afrikaantjes) als groenbemester op te nemen in uw teeltplan. Dit is een goede bestrijder tegen wortellesieaaltjes, waarvan populaties tot 99% vermindert kunnen worden. Tagetes is geen waardplant voor bieten- en aardappelcysteaaltjes en het meest bekende wortelknobbelaaltjes, zoals Meloidogyne chitwoodi. Tagetes produceert een stof, die dodelijk is voor het aaltje als het de wortels binnendringt. Behalve voor het bestrijden van wortellesieaaltjes is de teelt van Tagetes ook goed voor de structuur en organische stofgehalte in de bodem. Tagetes kan pas vanaf half mei worden gezaaid, omdat het gewas vorstgevoelig is. Vooral in de begin periode moet de grond voldoende vochtig zijn om goed te ontkiemen. Tagetes is geschikt voor alle grondsoorten en is goed bodem bedekkend, mits dicht gezaaid. Zaaitijd mei-juli.
Zaaihoeveelheid is 40-60 gram per 100 m2
Afrikaantjes - Tagetes Patula
Tagetes is een plant uit de composietenfamilie, afkomstig uit Mexico. Tagetes is vooral bekend als tuinplant (afrikaantjes). Ook wel bekend als het 'stinkertje' vanwege de plaaginsect werende geur die het plantje loslaat.
Aaltjes bestrijden?
De laatste jaren wordt de Tagetes Patula ook ingezet voor de bestrijding van het wortellesieaaltje (Pratylenchus penetrans). De aaltjesdodende werking ontstaat door het vrijkomen van zuurstofradicalen in de wortels na binnendringen van de aaltjes. Een effectieve aaltjesbestrijding vraagt om een teeltperiode van 3-5 maanden in de zomer, zodat een groot wortelstelsel wordt gevormd.
Wanneer zaaien?
Het optimale zaaitijdstip is juni en juli. Het gewas zal zich dan snel ontwikkelen. Te vroeg zaaien leidt tot een lange kiemplantfase die ruimte geeft aan de groei van ongewenst onkruid. Bovendien is tagetes gevoelig voor vorst. Een geslaagde onkruidvrije teelt van tagetes heeft een meerjarig effect tegen wortellesieaaltjes.
Als groenbemester?
Tagates Patula is o.a. geschikt om in te zetten bij het oogst- en zaaiplan van aardappelen, suikerbieten, tarwe, uien, wortelen, kool, schorseneer en spinazie.
Zaaidosering:
KLEIN verpakking 25 gr / 25-30 m2
1 kilo – voor ca. 1000-1500 m2
Ook wel anijsafrikaantje genoemd vanwege haar geur. Zowel het blad met anijsgeur als de kleine gele bloempjes zijn eetbaar, heerlijk in bijvoorbeeld een salade, kruidenboter, saus, soep of in een kruidentheemengsel. Mexicaanse dragon thee geeft ontspanning en kalmeert de maag.
Anijsafrikaantje is een doorlevende plant, maar niet winterhard in Nederland.
Zaaien eind maart onder glas van vanaf half mei buiten ter plaatse. Zaden verticaal in de grond steken (witte 'pluimpjes' boven). Kiemtijd 7-14 dagen. Onder glas gezaaide zaden na ontkiemen koeler zetten. Eenmaal verspenen is raadzaam zodra de plantjes hanteerbaar zijn. Uitplanten op 15-20 cm onderlinge afstand vanaf half mei zodra het gevaar voor nachtvorst voorbij is. Bloei volgt vanaf begin juli tot in september met trosjes van goudgele bloemhoofdjes, afhankelijk van zaaitijd en planttijd. verpakking 0,25 gram